Het is alweer enkele dagen geleden dat ik heb besloten om over twee jaar 60 km hard te lopen – een rondje Texel. Het is dus de hoogste tijd voor een eerste training. Anders blijft het lopen iets wat leuk is om over te schrijven, en om over te dromen terwijl je lekker ligt te relaxen op de bank. Maar wat moet je eigenlijk doen als je helemaal van nul begint, en toch heel graag heel snel heel ver wil lopen?

Dankzij een serieuze loopverslaving van mijn vriend heb ik een stapel Runnersworld-magazines van de afgelopen 12 jaar, en dus een bijna oneindige selectie aan trainingsadviezen en schemas. Ik blader er even willekeurig doorheen. Voor bijna iedere afstand is er makkelijk iets te vinden - maar voor de ultra vind ik zo snel niets. Op internet heb ik meer succes. Van “Zero naar Ultra” heeft iemand gedaan, en dan zelfs in maar 12 maanden in plaats van mijn verwachte twee jaar. Maar de definitie van zero is hier nogal optimistisch: de auteur kon naar eigen zeggen in het begin niet langer dan 20 minuten lopen zonder pijn. Wat ik hier vooral van mee neem, is: de auteur kon dus al langer dan 20 minuten lopen toen hij begon! Daar kan ik maar van dromen. Een andere blogpost beschrijft hoe de auteur van “0 naar 100” heeft getraind in slechts 4 maanden. Maar ook hier is de definitie van “0” nogal verrassend: In zijn eerste week loopt de auteur een training van 10k op woensdag en een 20k op zondag. Als dat beginnen vanaf ‘zero’ is, waar sta ik dan nu? Op min 100?

Misschien kan ik niets geschikts vinden vanwege mijn nogal ambitieuze en naïeve zoekopdracht. Welke echte beginner traint dan ook meteen voor een ultra. Ik neem een stapje terug en zoek “Beginner marathon”. Maar ook het “Trainingsschema marathon beginner” vaagt om een lange duurloop van 10 km op zondag. Dat wordt hem dus ook niet. Na uitgebreid zoeken zie ik eigenlijk maar twee opties. Optie A: ik werk me van schema naar schema, beginnend met een echte “Couch to 5k”, dan van 5 naar 10, van 10 naar de halve, van de halve naar de hele, en dan op naar de ultra. Of optie B: ik doe het op mijn eigen manier, zonder schema, met regeltjes die ik gaandeweg zelf verzin.

Ik ben nogal eigenwijs, en het wordt dus optie B. Maar dat ik mijn eigen ding ga doen betekent niet dat ik zomaar ‘iets’ ga doen. Mijn plan is als volgt: ik beloof mezelf vanaf nu zo veel mogelijk te bewegen. Het liefste meteen urenlang. Want uren zal het over twee jaar wel duren. Bewegen kan in het begin nog wel iets makkelijk zoals wandelen zijn. Als deel van al dat bewegen probeer ik stap voor stap meer echte sport te doen. Dat zou ook fietsen kunnen zijn. En als ik dan urenlang kan sporten, moet ik nog maar voor zorgen dat meer en meer van deze sport hardlopen is.

Er is een plan en ik wil er nu eindelijk achter komen wat “mijn zero” is – wat ik al kan als ik van de couch naar de loopbaan stap. Ik stop met typen en doe mijn schoenen aan. Er is maar één probleem: deze nieuwe schoenen hebben niet alleen indruk gemaakt op mijn collega’s, (de schoenen zijn nogal mooi), maar ook indruk gemaakt op mijn voeten. Links en rechts zitten er grote blaren op mijn hielen. Gek genoeg word ik er vrolijk van. Het is niet zo dat ik van pijnlijke blaren hou, maar ik zie hier wel meteen een kans. Als ik 60k wil lopen, zal ik lopen met blaren toch wel vroeger of later onder de voeten moeten krijgen. Er kan geen betere manier zijn om te wennen aan lopen met blaren, dan te gaan lopen met blaren. En ik heb er gelukkig ook pleisters voor.

Rond 50 minuten later en 5 kilometer verder ben ik op. Na iedere 100m lopen moest ik even 100m wandelen. Ik ben namelijk een echte beginner en meer dan 100m in een stuk lopen zat er helaas nog niet echt in! De blarenpleisters hielden hun belofte niet en iedere stap deed nogal pijn. Toch kom ik thuis met een glimlach. Ik snap nu eindelijk waarom ik dit allemaal wou doen: Alles waar ik gen zin in heb, alles wat fysiek moeilijk en uitputtend is, maar ook dingen die me laten piekeren of ’s nachts wakker liggen - ik kan het nu allemaal zien als een goede training voor de 60k. Want over twee jaar zal ik ook goed moeten kunnen omgaan met moeheid, irritante gedachtes, geen zin, blaren of wat pijn.